woensdag 25 mei 2011

Hangmarters

‘In Okselaar heeft een steenmarter het gemunt op duiven van club De snelle duif ' was gisteren te lezen in de Standaard. Na de vos die de kippen komt stelen hebben we nu dus ook een steenmarter die duivenmelkers lastig valt. Het kleine dier – dat er uitziet als een poes met een puntige snuit en een dikke staart – neemt met glans de rol van lastpost over van de vos. Hij lijkt de buurt steeds meer te overstelpen met zijn wangedrag. Niet alleen verliezen duivenmelkers hun prachtige prijsbeesten aan de hongerige marters, ook eieren verdwijnen uit het kippenhok als je ze vergeet te rapen voor het donker wordt. Daarnaast loop je ook grote kans om ’s nachts wakker te worden van de spelende jongen op straat, of vechtende steenmarters onder je raam. Het lijken wel hangjongeren. Om nog maar te zwijgen van het lawaai boven je hoofd als er eentje de weg naar het dak van je huis heeft ontdekt. Nog grotere pech heb je wanneer je naast een raam slaapt, ’s nachts wakker wordt en zo’n beest op je vensterbank ziet zitten, je schrikt je een ongeluk! Zeker wie dicht bij een bos woont kan dit wel eens overkomen. Tot overmaat van ramp zijn het niet alleen de duiven die verdwijnen, maar ook je auto kan op een ochtend geen kik meer geven. Vooral in de herfst en de winter schijnen de marters ervan te genieten om de isolatie van de auto als nest te gebruiken en daarbij enkele kabeltjes door te bijten. Niets vervelender dan ’s ochtends in je auto stappen en niet kunnen starten!
Nee, de steenmarter is beslist geen klein lief beestje, al ziet het er wel zo uit. Moeten we na jaren discussie over het al dan niet jagen op vossen, nu ook de marters onder handen nemen? Veel andere keuze lijkt er niet te zijn als de duiven, de eieren en de auto’s behouden moeten blijven! En toch, wie is de mens om te beslissen dat wij mogen ingrijpen in wat nu eenmaal de gang van de natuur is.

Jongeren dansen voor hun geloof

Leuven – Op 16 april stroomde Leuven vol jongeren gekleed in groene, gele en rode pulls en T-shirts. Ze hielden een flasmob op de Grote Markt ter promotie van de Wereldjongerendagen die deze zomer in Madrid plaatsvinden. De jongeren dansten in drie grote groepen op het lied ‘God is a DJ’ volgens een vooraf gerepeteerde choreographie. Achteraf werd er gewoon verder gefeest op de beats van Christophe Lambrechts. Met deze flashmob willen de organisatoren en deelnemers duidelijk maken dat er ondanks de aan het licht gekomen schandalen in de kerk, toch nog een groep jonge gelovigen is. ‘In België wordt geloven steeds meer geassocieerd met een kerk vol biddende oude mensen en priesters die misbruik maken van vertrouwen. Dat is niet noodzakelijk zo en op de Wereldjongerendagen ontmoet je gelijkgezinden, voel je je voor even niet de enige jongere die nog gelooft’ aldus Ireen Carette, die dit jaar voor derde keer naar de Wereldjongerendagen gaat. Jongerenpastoraal Vlaanderen trok met deze flashmob alvast nog eens positieve aandacht naar de kerk en toont dat de jeugd het geloof niet verloren is. Naar de Wereldjongerendagen zullen zo’n 2 miljoen gelovige jongeren komen van over de hele wereld.

(foto: IJD)

Musical door leerlingen van de eerste graad

Heverlee – De eerste graad van het Heilig Hart instituut zorgde het weekend van 13, 14 en 15 mei voor een primeur in de school. Vrijdag, zaterdag en zondag waren er opvoeringen van de musical ‘Sigi en Julia’ waaraan 150 leerkrachten en leerlingen meewerkten. De musical kwam er nadat leerlingen en ouders gevraagd hadden om meer creativiteit op school. Leerkrachten uit verschillende domeinen staken de koppen bijeen en organiseerden in september audities. Uiteindelijk werd er een groep gekozen van 70 leerlingen en leerkrachten uit zowel algemeen-, technisch-, beroeps- als kunstonderwijs. De leerlingen en leerkrachten brachten een jaar lang elke zaterdagvoormiddag op school door om te repeteren. De school wou van de musical iets Leuvens maken en ging samenwerken met jeugdauteur Jan Simoen. De musical werd gebaseerd op zijn boek Sigi en Julia, een liefdesverhaal dat draait rond de puberende Sigi. Muziekleerkracht Thomas De Baets zorgde voor de muzikale bewerkingen. De drie uitvoeringen waren volledig uitverkocht.

Koen Timmermans engageert zich voor het leven

Zaterdag 21 mei 2011 legde Koen Timmermans (27) zijn eeuwige geloften af binnen de salesiaanse congregatie. Het afleggen van de eeuwige geloften is binnen de salesiaanse kerk het engagement voor het leven. Hierna zal Koen nog een diaken gewijd worden om uiteindelijk priester gewijd te worden. De eeuwige geloften werden afgenomen door Fabio Attard, de verantwoordelijke voor het jongerenpastoraal binnen de salesiaanse congragatie. Attard was in het land voor een canonische visitatie - een officieel bezoek dat om de zes jaar gebeurt in naam van de Algemeen Overste – en maakte van de gelegenheid gebruik om deze viering bij te wonen. Hoewel Attard geen Nederlands spreekt slaagde hij er toch in om de geloften volledig in het Nederlands af te nemen. Voorganger in de mis was Jos Claes, provinciaal van de Vlaamse salesianen van Don Bosco. ‘Sinds een paar jaar leef ik in de salesiaanse congregatie in Heverlee,’ verduidelijkte Koen Timmermans zijn motivatie om deze stap te zetten tijdens de viering. ‘Steeds meer is in mij de overtuiging gegroeid dat ik deze weg moet gaan om mijn leven verder gestalte te geven. Ik wil de stap zetten om voor altijd in de salesiaanse Sociëteit te leven, gezonden tot de jongeren, samen met mijn medebroeders en in de navolging van Jezus Christus.’ Op 10 juli 2011 zal Koen de volgende stap richting priesterschap zetten en samen met Dieter Verpoest en Pradeep Ekka de diakenwijding ontvangen.

(foto: Guido Vandenplas)

dinsdag 24 mei 2011

Je zag het bot en de pezen

Klimmer Werner Hofmans verloor bij verbouwingen in klimzaal Hungaria twee vingers. Met de kracht van acht vingers werkte hij vol doorzettingsvermogen aan zijn revalidatie.

Als kind al vond Werner (39) de rotsen in de bergen interessanter dan de wandelpaden. Zijn leven draait rond klimmen. Nadat hij op zijn vijftiende lid werd van klimvereniging VBF groeide de liefde snel. In het begin ging het wat langzaam, maar eens hij wat beter werd en meer mensen begon te kennen was hij niet meer van de rotsen weg te slagen.Een paar weken voor zijn achttiende verjaardag klom hij zijn eerste 8a, een niveau waar vele klimmers alleen maar van kunnen dromen. ‘Mijn eerste 8a was in Cimaï. Alec Bronitz was me een weekje voor met zijn eerste 8a maar dan te Buoux. Samen waren we de eerste twee Belgen ooit die voor hun achttiende verjaardag al een 8a geklommen hadden en dat was dus op Belgisch niveau best wel een prestatie,’aldus Werner Hofmans. Zijn mooiste klimervaringen beleefde Werner in 1991 met Werner Van Steen in Ceüse (Franse Alpen) waar hij voor het eerst twee maanden naar het buitenland ging enkel en alleen om te klimmen, en dat in een periode dat hij op zeer hoog niveau aan het klimmen was. Werner maakte van zijn hobby zijn beroep door in 1996 uitbater te worden van klimzaal Hungaria in Leuven die in 1990 was opgericht door Dirk Schampaert, Jo Wuytack en Anne Evers.

Geluk bij een ongeluk

Vorig jaar vierde klimzaal Hungaria zijn 20-jarige bestaan. Een ideaal moment om ook wat vernieuwingen door te voeren. In al die jaren is de interesse voor klimmen enorm toegenomen en de zaal werd veel te klein voor het aantal klimmers. En dus begonnen de drie huidige bazen - Werner, Dirk en Jo - twee jaar geleden met verbouwingen. Om een tweede zaal bij te creëren moesten dikke betonnen welfsels uit het plafond gehaald worden om meerdere verdiepingen tot één grote zaal te maken. Op 15 januari 2010 was Werner hiermee bezig toen een betonblok sneller viel dan verwacht. ‘Ik kon me niet op tijd wegtrekken en kreeg een grote betonblok op mijn hand, met een crashtrauma van de rechterhand tot gevolg,’ aldus Werner Hofmans.‘Ik ben meteen opgenomen in spoed en moest de eerste avond al 10 uur aan operaties ondergaan,’ beschrijft Werner. In eerste instantie werd er aan plastische botreconstructie gedaan. Hiervoor hebben 3 teams van artsen het van elkaar overgenomen want 10 uur opereren zonder pauze is natuurlijk niet haalbaar. In diezelfde week hebben de dokters nog vier operaties gedaan om nog kleine aanpassingen te maken. ‘De hand was gelukkig het enige wat geraakt werd, het kon veel erger zijn!’ Nochtans tonen de eerste foto’s geen mooie beelden en zal Werner het vanaf nu moeten stellen zonder wijs- en middenvinger aan zijn rechterhand.

‘Meteen na het ongeval zei ik aan mijn collega’s dat ik na twee weken terug in de klimzaal zou staan, dat is wel wat anders gelopen,’ vertelt Werner. De eerste vijf operaties waren nog niet genoeg. Er bleef een stuk weefsel bloot liggen dat de dokters nog niet konden bedekken. ‘Twee maand lang heeft dat gedeelte van mijn hand nog open gelegen waardoor je het bot en de pezen zag.’ Werner bleef anderhalve maand in het ziekenhuis. Toen mocht hij even naar huis om niet veel later weer opgenomen te worden om eindelijk dat gedeelte van de hand dat nog open lag, dicht te maken. ‘Ze hebben daarvoor een spier van mijn bovenarm weggenomen en die over mijn vingers gelegd. Daarna heeft het nog 7 maand geduurd voor de wonde volledig dicht was.’

De passie voor het klimmen is te groot om me door dit ongeluk te laten stoppen

Werners hand moest de eerste maanden twee keer per dag verzorgd worden. Eens hij thuis was kwamen er daarvoor ’s ochtends en ’s avonds verplegers van het Wit-Gele Kruis. De verzorging was niet zo moeilijk dus na verloop van tijd is Werner dit steeds meer zelf gaan overnemen. Naast het gewone verzorgen van de wonde kwam er ook nog kinesitherapie bij. Daar werd niet meteen mee gestart, omdat er eerst nog wat pezen moesten gelegd worden. ‘Eens de kiné begonnen was kon dat ook nog steeds niet altijd, omdat er nog steeds operaties waren, waarvoor dan soms een paar dagen rust nodig was. Eigenlijk is de kiné pas echt intensief begonnen toen de wonde volledig genezen was,’ aldus Werner.

Terug naar de klimzaal

Na iets minder dan drie maand is Werner weer gaan werken in klimzaal Hungaria. Als zelfstandige kan je het jezelf niet permitteren om te lang afwezig te zijn vindt hij. ‘Zo ben ik ook niet ingesteld, ik wou zo snel mogelijk weer bezig zijn! Dat het werk me ook terug bracht naar de plaats van het ongeval viel wel mee. Tegen de tijd dat ik terug kwam, waren de werken in dat deel van het gebouw gelukkig afgerond. Aan de verbouwingen beneden heb ik toch alweer mee geholpen dus dat viel mentaal wel mee. Het hielp me ook mijn zinnen te verzetten.’

‘Ik wou liefst zo snel mogelijk weer beginnen sporten, maar gezien de ernst van het ongeval was dat natuurlijk niet zo snel als ik gehoopt had. Ik heb gewacht op groen licht van de chirurg, maar die wist eigenlijk niet goed wat klimmen inhoudt. Hij merkte wel dat hij me niet kon tegen houden,’ lacht Werner. De chirurg liet Werner terug starten met klimmen omdat hij vond dat Werner zelf goed genoeg kon inschatten hoe ver hij kon gaan. Zolang de hand niet te snel zwaar belast werd was het goed. ‘In het begin was het frustrerend. Er moesten nog een aantal operaties gebeuren dus ik wist dat ik wel een beetje kon trainen, maar echt iets opbouwen was onmogelijk. Pas negen maanden en tien operaties na het ongeluk kon ik echt beginnen trainen,’ aldus Werner.

Hij boekte redelijk snel vooruitgang. Een jaar na het ongeval kan je hem in de klimzaal alweer routes zien klimmen die sommige klimmers nooit zullen uitklimmen. Elke keer opnieuw als iemand hem voor het eerst ziet klimmen sinds het ongeluk komen er verbaasde reacties over de snelheid waaraan hij verbetert. Zijn eerste weken aan de muur beschrijft Werner als volgt: ‘In het begin verwachtte ik heel weinig. Ik was blij als ik me wat kon tegenhouden met mijn gekwetste hand en voor de rest mijn gezonde hand kon gebruiken. Maar het ging beter als verwacht. Ik kon redelijk wat kracht zetten op de twee vingers die ik nog had – een duim wordt niet veel gebruikt bij het klimmen – en na 2 maand klimmen ben ik alweer bezig in een 6c.’ Toch speelt ergens in Werners achterhoofd toch steeds dat wat hij nu klimt niets is vergeleken met de 8b+ die hij voor het ongeval klom. Zolang er vooruitgang is, blijft zijn motivatie echter leven.

Gezien van waar ik kom, mag ik blij zijn dat ik alweer aan het klimmen ben

‘Tot hier ging de opbouw snel maar ik denk wel dat het vanaf nu veel trager gaat gaan. De routes worden moeilijker en er zijn niet altijd mogelijkheden om bepaalde punten waar ik met de beperkingen van mijn hand niet voorbij kom, op een andere manier te klimmen,’ verwacht Werner. In klimmen is het een gekend fenomeen: de eerste maanden verbeter je in hoog tempo. Op een bepaald punt aangekomen gaat dat minder omdat je spieren moet aankweken en techniek bijleren. In dit geval ligt het een beetje anders want de techniek is Werner nooit verloren. Hij moet proberen zijn techniek aan te passen aan het kunnen van zijn rechterhand en daarnaast ook de kracht in dat hand terug krijgen. Vroeger was Werner niet zo’n fan van de technische routes. Je zag hem veel meer genieten van de routes waarvoor kracht nodig was, hoe meer overhangen – stukken rots of muur waar je horizontaal klimt met je gezicht naar boven, in plaats van op een verticale wand – hoe liever. Nu gaat dat soort routes nog veel minder goed door het ontbreken van kracht van de twee belangrijkste vingers voor een klimmer. Toch probeert hij de uitdaging aan te gaan en overhangende wanden op te zoeken.

Doorzetting

‘Ik kan me voorstellen dat veel mensen de moed zouden laten zakken en in hun zetel blijven. Zo was ik vroeger niet en zo zal ik waarschijnlijk ook nooit worden. De passie voor het klimmen is ook te groot om me door dit ongeluk te laten stoppen,’ zegt Werner kordaat. Ook de dokters zijn positief. Ze stellen hooguit nog een ingreep voor om het hand er iets mooier te laten uit zien, maar dat vindt Werner niet nodig. De dokters zijn tevreden van hun werk. Ze hadden nooit verwacht dat Werner nog zou klimmen. ‘Ze waren al enthousiast dat ik terug een pen kon vasthouden, en kijk waar ik nu sta!’

Het leven van een klimmer

Een (sportieve) biografie van Werner Hofmans in een notendop

  • °3 juli 1971
  • Studie: hotelschool
  • Beroep: Zelfstandig zaakvoerder klimzaal Hungaria Leuven
  • Vader van 2 kinderen
  • Competitieklimmer van 1989 tot 1995, zowel nationaal als internationaal (Duitsland, Frankrijk, Japan)
  • Hoogst behaalde niveau: 8b+
  • Huidig klimniveau: 6c à 7a
  • Concentreert zich niet specifiek op 1 tak van het sportklimmen; rotsklimmen en muurklimmen wisselen elkaar venwichtig af


Prothese als doelpaal

Sporten met een fysiek gebrek kan volgens Koen Dewit (27) die al sinds zijn geboorte door het leven gaat zonder rechteronderarm.

‘Ik sport heel veel,’ aldus Dewit ’het ontbreken van onderarm en ellebooggewricht zijn daarbij geen hindernis. De sporten die ik wil beoefenen kan ik ook beoefenen. Dat ik bijvoorbeeld niet zo snel kan zwemmen maakt me niet veel uit, ik kan zwemmen en dat is genoeg. Toen ik als tiener nog droomde van een toekomst als topvoetballer kwam het wel hard aan als ik te horen kreeg dat ik nooit verre passes zou kunnen geven. Achteraf bleek dat echter meer aan mijn lengte te liggen want nu heb ik daar geen enkel probleem meer mee. Handsballen werden door de scheidsrechters dan weer meermaals door de vingers gezien. Ik gebruik weinig hulpmiddelen om te sporten. Toen ik vanaf het vierde leerjaar mijn prothese gebruikte als doelpaal op de speelplaats was dat voor mijn ouders een signaal om ook nooit meer een prothese aan te schaffen. Nu is het enige sportmiddel dat ik heb laten aanpassen mijn fiets. Een stang op mijn stuur waarin mijn rechterarm kan rusten helpt me evenwicht te houden, mijn versnellingen zitten aan één kant en ook voor en achterrem bedien ik met één hendel. Die is zo afgesteld dat de achterrem iets eerder gaat dan de voorrem. Anders zou ik al heel wat tuimelingen gemaakt hebben.


(foto's: collectie Werner Hofmans)

maandag 23 mei 2011

Leuven heerst in Koor van het jaar

Zaterdag 2 april werd jeugdkoor Clari Cantus uit Leuven Koor van het jaar 2010-2011.

Zes Vlaamse koren – vijf jeugdkoren en één volwassenenkoor – namen het in de finale van de prestigieuze wedstrijd Koor van het jaar tegen elkaar op in studio 4 van het Flagey gebouw in Brussel. Cantilene uit Ekeren, 4-Tune uit Retie, Villanella uit Laakdal, Clari Cantus uit Leuven, Waelrant uit Antwerpen en Rondinella uit Knokke-Heist streden om de titel koor van het jaar 2010-2011. Clari Cantus kwam het sterkste uit de finale en is daarmee het tweede koor op rij uit Leuven dat de titel wint. 'Geweldig dat we opvolging krijgen uit eigen stad,' vindt Dieter Staelens, dirigent van Camerata Aetas Nova, koor van het jaar 2008-2009, 'blijkbaar zit er in Leuven heel wat muzikaal talent!'

Koor van het jaar is de grootste en spannendste wedstrijd voor koren in Vlaanderen. Om de twee jaar worden 20 tot 25 koren geselecteerd om mee te mogen doen aan de audities in november. Dertien koren grepen dit jaar die kans en daarvan zijn er negen goed genoeg bevonden voor de halve finale, die in februari plaatsvond. Daarna kregen de beste koren nog anderhalve maand de tijd om een volledig nieuw programma klaar te stomen voor de grote finale. 'Het was enorm hard werken,' zegt Lieve Sterckx, lid van het winnende koor. 'Het grootste deel van die repetities ging natuurlijk naar de muziek zelf, maar ook aan de choreografie hebben we tot op het allerlaatste moment gewerkt.' De wedstrijd hecht namelijk ook belang aan de visuele presentatie. 'We hadden dat nog niet veel gedaan en in het begin was het heel verwarrend. De bewegingen veranderden de hele tijd. Na een tijd werd het echter deel van onze opvoering en zeker op de concerten waren we zo geconcentreerd dat het zo goed als foutloos ging.'

Voor de camera

Nieuw voor de meeste koren was dat de wedstrijd en zelfs de voorbereidingen gefilmd werden. Andere wedstrijden zijn voor een jury en een aantal supporters, maar Koor van het jaar wil een groter publiek bereiken en wordt uitgezonden op Canvas en Canvas+. 'Het geeft iets extra aan de wedstrijd. Hij is bekender dan de andere koorwedstrijden dus hangt er meer stress aan vast. De titel is beslist mooier!' Doordat de wedstrijd in verschillende rondes doorgaat is de prestatiedrang bij de koren ook steeds hoger. Elk optreden moet dat beetje extra hebben dat de jury overtuigt je door te laten naar de volgende ronde. 'Ik denk dat de finale ook echt onze beste prestatie was,' aldus Lieve. 'Ons koor is de voorbije periode sterk vooruit gegaan, zowel muzikaal als de sfeer in de groep zelf. Naar een doel als het winnen van deze wedstrijd werken, heeft de groep nog dichter bijeen gebracht.'

Juryvoorzitter Kurt Bikkembergs is zeer lovend over het Leuvense koor in zijn verslag van deze editie; 'kwaliteit, vocale techniek en een goede muzikaliteit typeren dit uitstekende koor en dat onder leiding van een frisse dirigent. Ik denk dat zowel vriend als vijand zich kunnen vinden in deze winnaar.'

Zowel de halve finale (10 april om 12 uur) als de finale (17 april om 12 uur) zijn te bekijken in Canvas Klassiek.

Voor meer info over de wedstrijd en de winnaar: www.koorvanhetjaar.be en www.claricantus.be

(foto: Reinier Lanneau)

donderdag 12 mei 2011

Expertinterview

Voltijds werken of arbeidsduur opbouwen na revalidatie?

‘Vroeger was de gezondheid belangrijker’

Raf Masschelein is hoogleraar op emeritaat van de Katholieke universiteit Leuven op de afdeling arbeidsgeneeskunde. Hij vindt het heel belangrijk dat er voor elke persoon specifiek wordt gekeken hoe deze terug aan het werk kan na een ongeval of ziekte.

Hoe belangrijk is arbeidsgeneeskunde?

Er moet steeds een evenwicht bewaard worden tussen de mogelijkheden van een werknemer en de arbeid die hij moet verrichten. In een normale werksituatie is er een evenwicht tussen de vereisten van een beroep en de capaciteiten van de mensen die het uitvoeren. Als dit evenwicht verstoord raakt, is dat meestal door ziekte of een ongeval die arbeidsongeschiktheid veroorzaken.

Wat is rol van de arbeidsgeneesheer hierin?

Van de arbeidsgeneesheer wordt verwacht dat hij de risico’s van een beroep gaat inschatten en de arbeidsgeschiktheid van een persoon beoordeelt. Wanneer het evenwicht tussen werk en de capaciteit van de werknemer verstoord is zal de arbeidsgeneesheer bekijken hoe dit evenwicht zo snel mogelijk weer hersteld kan worden en er begonnen kan worden aan de re-integratie in het werk of return-to-work.

Is dit voor elke persoon anders?

Ja. Het hangt voor een heel groot deel af van de aard of de impact van het letsel of de ziekte die opgelopen is, maar er mag zeker niet vergeten worden dat elke persoon anders op een bepaalde situatie reageert. Daarnaast kan er ook gekeken worden of je misschien geen aangepast werk kan verrichten. Wanneer een bouwvakker zijn been breekt kan hij natuurlijk niet met een gips gaan metselen, maar wie weet kan hij wel tijdelijk administratieve taken uitvoeren op het bedrijf? Iemand die niet mag rijden kan misschien van thuis uit gaan werken.

En het rusten dan?

Rust is het belangrijkste onderdeel van de behandeling. Je lichaam heeft genoeg tijd nodig om te herstellen. Als de geneesheer een bepaalde periode rust voorschrijft is dat niet voor niets. Bij te korte afwezigheid van het werk loop je risico dat je weer hervalt. Even goed kan je echter te lang afwezig zijn. De rustperiode is een heel belangrijk onderdeel van herstel en moet zeker bekeken worden. Niet alleen van aandoening tot aandoening, maar ook van persoon tot persoon. In sommige landen gaan werknemers heel snel terug aan het werk, ook wel landen met een laag ziekteverzuim genoemd. Dit is door vrees voor ontslag, sociale controle of ook gewoon traditie.

Ook in België?
In België hebben we een evolutie gehad de laatste jaren. Vroeger was de gezondheid belangrijker. Na een hartinfarct bijvoorbeeld kreeg je 30 jaar geleden meteen de raad om te stoppen met werken. Nu zijn de geneesheren van mening dat er na een periode van rust, moet gewerkt worden aan een actieve revalidatie. Dat wil niet alleen zeggen gaan fitnessen, weer leren lopen of sporten, maar ook terug gaan werken is heel belangrijk. Zowel fysieke als mentale activiteit dragen dus bij aan de revalidatie. Voor sommige personen is het beter om snel het werk weer te hervatten, bij anderen heeft dit tijd nodig. De arbeidsgeneesheer moet helpen bij het maken van deze beslissing en probeert dan de werksituatie en de gezondheid in rekening te nemen. Dat is dus wat er de laatste jaren meer en meer gedaan wordt, de geneesheer gaat gepersonaliseerde schema’s opmaken.

Te lang wachten met werken is dus niet goed?

Het werken wordt als een onoverkomelijke hinderpaal gezien. Dit is vooral een mentaal probleem. Er is aangetoond dat hoe langer men thuis blijft het ook moeilijker wordt om terug te keren naar het werk.
pro/contra

Voltijds werken of arbeidsduur opbouwen na revalidatie?

pro


‘Ik ging werken om stress te vermijden’

Dirk Smitz (56) ging na zijn hartinfarct liefst zo snel mogelijk weer voltijds werken : ‘Na mijn hartinfarct kreeg ik drie weken ziekteverlof met de intentie om de periode nog te verlengen. Ik heb echter gekozen om al meteen voltijds te gaan werken. Als ik te lang wegbleef zou de stressfactor voor mezelf te hoog gebleven zijn omdat er een onderbemanning is op het werk en ik wist dat er geen onmiddellijke back-up was voor het werk dat ik doe. De projecten waaraan ik bezig was zouden sowieso vertraging oplopen wat in een uitgeverij rampzalig kan zijn. Ik geef schoolboeken uit, als die boeken er in september niet zijn mis je een heel academiejaar aan inkomsten. Ik moest er dus voor zorgen dat mijn auteurs en redacteurs verder konden werken. Ik heb een week gewerkt en dan weer twee weken vrij genomen. Die week was eigenlijk nog te weinig. Het was druk want ik moest tegelijk werk inhalen en zorgen dat mijn collega’s weer verder konden in de weken erna. Daarnaast had ik ook schrik dat ik te snel weer was begonnen en een nieuw infarct zou krijgen. Moest ik die week niet gaan werken zijn, had ik thuis geen rust gevonden. Toen ik na mijn twee weken verlof definitief terug kwam, voelde ik me goed. Het zwaarste was dat iedereen rond me zei dat ik het rustig aan moest doen, maar tegelijk ook aan mijn mouw trok om de omzet te halen. Gelukkig kon ik twee voormiddagen per week naar de cardiale revalidatie zonder dat ik daarvoor vrij moest nemen. Ik bleef dan wel de avonduren doorwerken, maar het sporten deed me deugd. Ook de dokters waren positief. Zij vroegen eigenlijk alleen hoe ik me voelde. Het ging goed dus kreeg ik de raad om gewoon verder te doen zoals ik bezig was. Mijn gezin was bezorgd dat ik meteen weer zo’n lange dagen werkte. Dat mijn werk klaar was, zorgde er echter voor dat ik minder stress had waardoor de kans op een nieuw hartinfarct verkleinde.’
contra


‘Het ging te snel voor mijn lichaam’

Steven Verbanck (26) bouwde de arbeidsduur rustig op om zijn lichaam tijd te geven om te herstellen. ‘Na mijn skiongeval op 13 maart 2009, waarbij ik een open beenbreuk opliep, moest ik meerdere operaties ondergaan. Daarna was ik gedwongen om 4 maanden platte rust te nemen, gecombineerd met dagelijkse kinesitherapie. Het ongeval was op een bedrijfsreis gebeurd dus zowel de werkgever als mijn collega’s wisten hoe zwaar het ongeval was en dat ik niet meteen terug zou zijn. De extra werkkracht misten ze wel. Na vier maanden, toen alle verdovende medicatie afgebouwd was, begon ik weer te werken van thuis uit. In het begin was dit maar een of twee uurtjes per dag. Op die manier heb ik de mails die de voorgaande 4 maanden binnen waren gekomen bijgewerkt. Eens ik terug kon rijden ben ik terug op het bedrijf gaan werken. In het begin ging ik vier dagen per week drie uur naar het bedrijf, daarna heb ik dat gestaag opgebouwd,soms te snel en dan moest ik weer even minder werken. Als ik te lang werkte ging het been weer opzwellen en infecties vertonen, of verminderde mijn concentratie. Na vier maanden thuis zitten moest ik mijn lichaam de tijd geven om weer op krachten te komen. Ik had geluk dat mijn werkgever me dat gunde. Door geleidelijk aan meer te gaan werken kreeg ik de tijd om mijn lichaam te laten recupereren en kon in de namiddag naar de kinesist. Tegelijkertijd was ik toch weer aan het werk. Het enige nadeel was dat ik nooit dingen kon afwerken. Een opdracht was nooit af op drie uur en ik moest het steeds doorgeven aan mijn collega’s zodat zij het dan in de namiddag verder konden werken. Daardoor hadden mijn klanten geen vast aanspreekpunt en dat vond ikzelf een groot minpunt. Ook kreeg ik nooit feedback op mijn werk, omdat het afgewerkt was door andere collega’s. Toch is het rustig aan doen op het werk de beste manier om te herstellen.’